Controle stookolietanks: vergeet de leidingen niet!

Ga terug naar het overzicht

Bij nazicht van een stookolietank controleert de technicus natuurlijk de dichtheid, maar ook de staat van de accessoires en de bijbehorende uitrusting, zoals de overvulbeveiliging, de peilmeting, het lekdetectiesysteem en de leidingen. In dit artikel concentreren we ons op de leidingen. We krijgen hier vaak vragen over, dus maakten we een overzicht van de aandachtspunten.

Wat zijn de belangrijkste regels van goede praktijk voor de leidingen bij een tankcontrole?

Eerst en vooral moeten alle leidingen van een stookolietank voor centrale verwarming nagekeken worden.

Alle leidingen moeten boven het maximumpeil van de opgeslagen vloeistof geplaatst zijn. De aansluitingen moeten zich bevinden op het deksel van het mangat of op het bovenste deel van de tank. Dat is dus een belangrijk aandachtspunt bij de controle van bestaande reservoirs. De wetgeving zegt hierover het volgende:

  • In het Vlaams Gewest moeten voor alle particuliere tanks van minder dan 5.000 kg/6.000 liter de openingen en aansluitingen van de leidingen boven het maximumpeil van de opgeslagen brandstof worden geplaatst. Alleen bovengrondse houders dienend voor verwarmingsinstallaties zonder aanzuiging, zoals kachels, vormen hierop een uitzondering.
  • In het Waals Gewest moet voor tanks vanaf 3.000 liter de aanzuiging van de stookolie langs boven gebeuren en moet de peilmeting ook aan de bovenkant van de tank zitten.  

Wat zijn de regels van goede praktijk voor vulleidingen bij een tankcontrole?

Iedere opslagtank heeft zijn eigen vulleiding, behalve bij batterijtanks. Het materiaal is verplicht in staal. De vulleiding moet uitkomen in de tank op minstens 30 cm van de bodem en moet aflopend naar de opslagtank worden geïnstalleerd. De vulmond moet bovendien voorzien zijn van een schroefdraad met vuldop met voldoende afdichting. De diameter moet 2’’ bedragen voor opslagtanks met een capaciteit van 11.000 liter of minder en 3’’ voor opslagtanks van meer dan 11.000 liter.

Wat zijn de regels van goede praktijk voor ontluchtingsleidingen?

  • Het doel van een ontluchtingsleiding is om overtollige lucht te laten ontsnappen bij het vullen van de tank of om lucht in de tank te laten stromen bij het aanzuigen van stookolie.
  • De leiding moet in staal zijn of in een evenwaardig materiaal met dezelfde mechanische eigenschappen en brandweerstand. Ze heeft een continu dalende helling en moet aan de ene kant uitkomen in de tank boven het maximale vloeistofniveau en aan de andere kant in open lucht, op een plaats waar ze geen hinder veroorzaakt. Ze mag niet in de dakgoot uitkomen. De leiding wordt uitgerust met een ontluchtingskap om het binnendringen van water of voorwerpen te voorkomen.
  • De minimale diameter moet 5/4’’ bedragen voor opslagtanks met een capaciteit van 11.000 liter of minder en 2’’ voor opslagtanks van meer dan 11.000 liter. Bij een bestaande opslagtank is het aan te raden de diameter aan te passen als die te klein is.

Wat zijn de regels van goede praktijk voor de aanvoer- en terugvoerleiding?

De stookoliepomp zuigt brandstof aan via de aanvoerleiding en als er een terugvoerleiding is, stuurt ze de overtollige brandstof terug naar de opslagtank.

Deze leiding moeten gemaakt zijn van metaal (bv. koper) of kunststof (bv. PE-X of alu/PE-C). De kunststof moet voldoende mechanische eigenschappen bezitten, beschermd zijn tegen UV-straling en bestand zijn tegen koolwaterstoffen. In volle grond of in beton is extra bescherming nodig tegen mechanische invloeden en corrosie.

In de tank moet het laagste punt van de aanvoerleiding voorzien zijn van een voetklep op 8 tot 12 cm van de bodem.

Als de stookoliepomp voorzien is van een terugvoerleiding, moet die uitmonden boven het maximale peil van de opgeslagen brandstof. Als de terugvoerleiding verder doordringt, wordt aangeraden om een anti-hevelventiel of een gelijkwaardig systeem te plaatsen (bv. een magneetventiel op de brander). Een anti-hevelventiel op de brander wordt ook sterk aangeraden indien de brander zich lager dan de voetklep of de tank bevindt.

Bij een lek in de retourleiding kan heel wat stookolie verloren gaan. We raden dus aan om, waar technisch mogelijk, de terugvoerleiding te vervangen door een éénpijpsysteem met een lucht/gasafscheider.

5 veelgestelde vragen over de gewestelijke reglementering bij een tankcontrole

Controle van een bestaand reservoir van minder dan 5.000 kg/6.000 liter bij een particulier in Vlaanderen

1. De aansluitingen bevinden zich onderaan de tank. Ze werden vroeger gebruikt voor een kachel, maar de tank is intussen aangesloten op een centrale verwarmingsketel. Is dit conform of niet?

• Gaat het om een bestaande tank geplaatst vóór 1/8/1995, dan heeft de tanktechnicus overeenkomstig Vlarem Afdeling 6.5.7 – voorwaarden voor bestaande houders de mogelijkheid om een aansluiting langs onder of peilbuisje goed te keuren als deze aanwezig waren van bij de constructie of de installatie van de tank en deze in goede staat verkeren. Het is aan elke tanktechnicus om ter plaatse dit te beoordelen.

• Gaat het om een bestaande tank die geplaatst is na 1/8/1995, dan is deze aansluiting niet conform de gewestelijke reglementering, die dit verbiedt voor leidingen die zijn aangesloten op centrale verwarmingsketels. De controleur moet een oranje of rode merkplaat aanbrengen.

Controle van een bestaand reservoir vanaf 3.000 liter bij een particulier in Wallonië

2. De opslagtank heeft een peilmeter in kunststof of in glas aan de zijwand. Mag dit?

Nee, de wetgeving vermeldt expliciet dat peilbuizen in glas of plastic aan de buitenkant van een opslagtank verboden zijn. Sowieso raden wij dit soort peilsysteem sterk af wegens groot risico op lekken door ongewilde beschadiging, ongeacht de capaciteit van de tank of het gewest waar ze zich bevindt. Meetsystemen moeten geplaatst worden boven het vloeistofniveau en dat is hier niet het geval.

Controle van een bestaand reservoir van minder dan 5.000 kg/6.000 liter bij een particulier in Vlaanderen

3. De opslagtank beschikt over een peilbuisje aan de zijwand. Mag dit?

• Gaat het om een bestaande tank geplaatst vóór 1/8/1995, dan heeft de tanktechnicus overeenkomstig Vlarem Afdeling 6.5.7 – voorwaarden voor bestaande houders de mogelijkheid om een aansluiting langs onder of een peilbuisje goed te keuren als deze aanwezig waren van bij de constructie of de installatie van de tank en deze in goede staat verkeren. Het is aan elke tanktechnicus om ter plaatse dit te beoordelen.

• Gaat het om een bestaande tank die geplaatst is na 1/8/1995, dan is dit niet-conform want de openingen zijn niet aangesloten boven het maximumpeil van de opgeslagen vloeistof.

Controle van een bestaand reservoir van 1200 liter bij een particulier in Wallonië

4. De opslagtank beschikt over een peilbuisje aan de zijwand. Mag dit?

Er is geen specifieke wetgeving voor opslagtanks van minder dan 3.000 liter in het Waals Gewest (met uitzondering van beschermingsgebieden of waterwingebieden). Toch raden wij sterk aan om peilbuisjes aan de zijkant te verwijderen omwille van het grote risico op een lek.

Controle van een bestaande ondergrondse tank

5. Het bestaande reservoir beschikt over een ontluchtingsleiding die uitkomt in de toezichtsput. Mag dit?

Ja, maar de technicus zal wel een opmerking noteren op het controleattest.

In Wallonië bepaalt de wetgever voor alle tanks vanaf 3.000 liter dat elke tank moet worden aangesloten op een ontluchtingsleiding die in de open lucht uitkomt en voorzien is van een systeem dat het binnendringen van regenwater en/of afvloeiend water en voorwerpen voorkomt.

In Vlaanderen eist de wetgever voor alle particuliere tanks van minder dan 5.000 kg/6.000 liter dat de ontluchtingsleiding uitkomt op een plaats waar de mogelijke hinder voor de buurt zo beperkt mogelijk is. Ook hier moeten alle nodige maatregelen worden getroffen om waterinfiltratie te voorkomen.

Gerelateerde berichten

Waarop moet je letten bij het onderhoud van een zonneboiler op druk?
5 aandachtspunten voor installateurs.