Wetenschappelijk vastgesteld

Wetenschappelijk vastgesteld

Mazout en het broeikaseffect: de keuze voor stookolie versterkt het broeikaseffect niet

In juni 2004 werd een studie bekend gemaakt van het onderzoeksbureau RDC Environment naar de broeikasimpact van de emissies van het verwarmen met stookolie of aardgas, van de winning tot en met de eindverbranding op basis van de toekomstige bevoorradingsbronnen Rusland en het Midden-Oosten/Afrika. Daaruit bleek dat de vervanging van stookolieketels door aardgastoestellen vanaf 2005 in België niet zal leiden tot een vermindering van de emissie van broeikasgassen over 100 jaar. Inmiddels werd een update van de studie uitgevoerd. De conclusies ervan zijn gelijklopend: op absis van deze toekomstige bevoorradingsbronnen en het rendement en de meest recente marktgegevens van de toestellen zal een vervanging van stookolieketels door aardgasketels de emissies van broeikasgassen niet doen verminderen.

 

Nieuwe kijk op complexe verwarmingsprocessen

Prof.A.Germain van Ulg, voorzitter van het comité van professoren dat de studie heeft beoordeeld, verklaarde op een colloquium over deze studie: “Er werd een belangrijke vooruitgang geboekt met deze inzichten. De studie neemt immers een groot aantal elementen in beschouwing die een vergelijking van de effecten op de broeikasgassen en het energieverbruik van stookolie en aardgas mogelijk maken. Daardoor draagt ze ongetwijfeld bij tot een vollediger beeld van het probleem. Want voor het eerst werden alle emissies in kaart gebracht, van de winning tot en met de eindverbranding.” De broeikasimpact die de eindverbranding voorafgaat, is immers van belang: voor stookolie weegt dit voor 14% door, voor aardgas loopt dit bij invoer uit Rusland en het Midden-Oosten/Afrika op tot 31% van de totale emissies over de volledige levenscyclus. Bij aardgas zijn de belangrijkste factoren hiervoor de directe methaanverliezen, het vloeibaar maken van aardgas en het transport ervan die beide veel energie opslorpen (17% van de geleverde energie) en ten derde, het transport van Russisch gas door pijpleidingen (21% van het vervoerde aardgas wordt verbruikt tijdens het transportproces). Bij stookolie zijn de raffinage (8%) en de winning (4%) de belangrijkste factoren.

Grote impact van methaanverliezen

komt aan het licht Betreffende de methaanverliezen (CH4) onderstreept ook Prof.Nisbet van het Royal Holloway College in Londen hun belang. Deze verliezen hebben op korte termijn een belangrijke invloed op het broeikaseffect. Methaan, als broeikasgas, heeft immers een gemiddelde impact (over 100 jaar) die 23 maal groter is dan CO2 en tot zelfs 62 maal groter (over 20 jaar). Deze invloed weegt dus vooral de eerste jaren sterker door. De vergelijkende analyse heeft aangetoond dat in het geval van aardgas, deze methaanverliezen een belangrijke invloed uitoefenen. Ook bij stookolie komen belangrijke methaanverliezen voor, maar in beduidend mindere mate, en louter bij de winning aan de bron. Wat betreft de energie die nodig is om de toekomstige bevoorrading van beide fossiele brandstoffen in België te verzekeren, is er een duidelijk verschil. Om een zelfde hoeveelheid brandstof te produceren, verbruikt aardgas 7% meer energie.

Nieuwe bevoorradingsbronnen doen broeikasbalans significant verschuiven

Het beleid mag de huidige bevoorradingssituatie in België niet gewoon extrapoleren want de actuele aanvoerbronnen zullen niet volstaan om te beantwoorden aan een toenemend gebruik. De Europese Commissie stelt dat de nieuwe bijkomende invoer van aardgas afkomstig zal zijn van Rusland, Afrika en het Midden-Oosten. (Noot: in 2007 is deze invoer uit deze bronnen reeds gedeeltelijk realiteit) Voor stookolie zal de import deels uit Rusland en uit het Midden-Oosten gebeuren. Volgens de studie van RDC zal de vervanging van een mazoutinstallatie door een aardgastoestel vanaf 2005 leiden tot een intensievere exploitatie van hierboven vermelde aardgasbronnen – aardgas uit Rusland en het Midden-Oosten/Afrika waarvan de impact op het broeikaseffect niet minder groot is dan stookolie.

De studie concludeert : “De overgang van een stookolieketel naar een gasketel in 2005 in België niet leidt tot een daling van de uitstoot van broeikasgassen. Rekening houdend met de volledige levenscyclus van beide brandstoffen, vanaf de extractie tot aan de verbranding in een ketel voor huishoudelijke verwarming, gekocht in 2005 en werkend gedurende 20 jaar, is de gemiddelde hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer over de volgende 100 jaar groter (+0,1%) voor een gasketel dan voor een stookolieketel.”

De studie gaat er van uit dat de meerconsumptie van aardgas voor ¼ door vloeibaar aardgas (50% Algerije en 50% uit het Midden-Oosten) en ¾ door ‘niet vloeibaar’ aardgas (75% uit Rusland en 25% uit de regio van de Kaspische Zee) zal komen.

De stookoliesector rekent erop dat de overheid bij het uitstippelen van het beleid de nieuwe inzichten gebruikt voor de hertekening van haar politiek betreffende de stimulering van bepaalde verwarmingsbronnen. Dit beleid moet zich richten op een veralgemeende energie-efficiëntie en prioriteit geven – zonder onderscheid tussen fossiele brandstoffen – aan de installatie van verwarmingketels met hoog rendement.

Mazout : met de M van Milieu

Condensatieketels: Maximaal rendement

Geen logischer manier om uw verwarmingsbudget in de hand te houden en de uitstoot van verbrandingsgassen te beperken dan minder brandstof verbruiken. De laatste decennia heeft er dan ook een ware revolutie plaatsgevonden op het vlak van rendement. De zuinigste mazoutketels zijn condensatieketels met het Optimaz-elite label. Bij dit type ketels wordt een deel van de waterdamp afgekoeld tot condenswater, en wordt de warmte die vrijkomt via een warmtewisselaar gerecupereerd. De cijfers spreken voor zich: een nuttig rendement tot 98%1 waardoor condensatieketels met het Optimaz-elite label tot 40 % minder verbruiken dan een oude ketel.

Optitank label: Maximale veiligheid

Een mazouttank staat garant voor uw eigen energievoorraad. Zo kan u zelf beslissen wanneer en hoeveel mazout u bestelt, en dat tegen een prijs die u op voorhand kent. Op die manier beschermt u zich tegen mogelijke prijspieken en houdt u uw budget helemaal zelf in de hand. Met het Optitank label krijgt u bovenop een veilige en milieuvriendelijke opslag ook een lange levensduur. Dankzij de dubbele wand of inkuiping staat een Optitank voor een extra beschermde constructie. Om overvulling te voorkomen, is de tank voorzien van een elektronische overvulbeveiliging. Deze zorgt ervoor dat de mazouttoevoer automatisch wordt afgesloten wanneer het reservoir bijna vol is. Een lekdetectiesysteem maakt de veiligheid optimaal: het kleinste lek, een niveaudaling of een drukverlies in het reservoir wordt onmiddellijk gesignaleerd. Als de tank onder toezicht van een MazoutExpert wordt geplaatst, krijgt u een Optitank certificaat en een kenplaat. Hierdoor bent u 10 jaar lang zeker van gratis herstelling of vervanging. Sommige verzekeringsmaatschappijen geven tot 30 jaar lang extra dekkingen. Als dat geen garanties zijn…

Branders: Minimale uitstoot van gassen

Blauwe vlam, grijze vlam, Low Nox… Al deze technieken hebben één gemeenschappelijk doel: de uitstoot van schadelijke stoffen beperken. CO en stof zijn zo goed als uitgesloten, en ook de uitstoot van stikstofoxiden wordt ingedijkt. Het resultaat: minder roet, minder onderhoud, en uw ketel behoudt zijn rendement.

Mazout en de zon: samen sterk

Geen milieuvriendelijkere energie dan die van de zon. En bovendien helemaal gratis. Ongeveer twee derden van de energie die nodig is voor uw sanitair warm water, kan de zon u zomaar leveren. Wat u nodig hebt is een zonnecollector. Deze vangt het zonlicht op, zet het om in warmte en geeft deze warmte af aan een vloeistof die door een warmtewisselaar stroomt. De warmtewisselaar geeft de warmte vervolgens af aan een zonneboiler. Wanneer de voorraad warm water is uitgeput, of op dagen met onvoldoende zonlicht, is mazout de ideale bijverwarming. De bijverwarming kan gebeuren in de zonneboiler -men spreekt dan van een duoboiler- of in een apart voorraadvat.

1 Het nuttig rendement van stookketels uitgedrukt ten opzichte van Hs (de bovenste verbrandingswaarde die wordt gebruikt voor de facturatie en die de 100% niet kan overschrijden).