Verwarmingscircuits

Verwarmingscircuits

Vroeger was het verwarmingssysteem door natuurlijke circulatie, teweeggebracht door het verschil in dichtheid tussen het verwarmde fluïdum (water of lucht) in de stookketel en het koudere terugkerende fluïdum, de enige oplossing maar wordt nu nog zelden toegepast.

Warm waterverwarming

Door in een hydraulisch net een circulatiepomp in te schakelen kan men de watervolumes sturen door leidingen met een beperkte diameter. Het watervolume in de leidingen wordt hierdoor aanzienlijk verlaagd waardoor deze installaties sneller reageren op aanspreking door externe belastingen en op temperatuurschommelingen.

Het eenvoudigste net bestaat uit één enkele leiding, die alle verwarmingslichamen verbindt, het éénpijpsysteem. Het warme water stroomt door elke radiator of convector en zet dan zijn weg verder. De persdruk van de circulatiepomp moet hier betrekkelijk hoog liggen en de verst gelegen verwarmingslichamen moeten omwille van de daling van de temperatuur van het water onderweg zeer groot zijn. Het éénpijpsysteem kan aanzienlijk verbeterd worden door de verwarmingslichamen op een aftakking (by-pass) te zetten. De verwarmingslichamen kunnen aldus worden uitgerust met een 4-wegregelklep met thermostaatkop die de warmteafgifte van het toestel regelt.

Het tweepijpsysteem is het meest gebruikte systeem. Elk verwarmingslichaam is afzonderlijk met de vertrek- en terugloopleidingen verbonden. De temperatuur van het water dat naar de verwarmingslichamen stroomt is voor elk lichaam dezelfde. Het warmtevermogen wordt geregeld door het waterdebiet met manuele of thermostatische regelkranen bij te stellen.

Warme luchtverwarming

In plaats van met natuurlijke circulatie hanteert men vandaag vooral de techniek van verwarming met aangeblazen warme lucht. Het wezenlijke verschil zit in de generator. Bij aangeblazen warme luchtverwarming beschikt de generator namelijk over een ventilator zodat de luchttoevoer onder controle blijft. De voordelen zijn :

  • smallere leidingen
  • geen beperkingen aan het net wegens drukverliezen
  • grote vertrekken kunnen worden verwarmd
  • geen inertie dankzij een snel bereiken van de bedrijfstemperatuur

Elk te verwarmen lokaal heeft één of meerdere luchtroosters voor de aanvoer van warme lucht. De lucht wordt doorgaans centraal uit koudere lokalen aangevoerd (trappenhuis, hall). De lucht in een verwarmd lokaal wordt ofwel via roosters of een smalle spleet onderaan de deur naar de centrale luchtaanzuiging teruggevoerd. 
 

Radiatoren, convectoren, vloer- of luchtverwarming